Faalangst is bang zijn voor de gevoelens, die na het falen ervaren worden!

Wat is faalangst?

Faalangst kennen we allemaal, het is de angst om te falen bij een bepaalde taak of verwachting. Niemand houdt ervan on te falen. Je kunt falen in de ogen van de ander of in je eigen beleving. Falen in de ogen van de ander is voor iedereen vervelend en dus een normaal gegeven. Voor kinderen, die voor ‘groot’ en ‘vol’ willen worden gezien is het echter een vreselijk moment. De goedbedoelde reactie van de ander (het geeft niet, hoor) maakt het alleen nog maar erger. Falen in je eigen ogen is ook vreselijk, maar geeft in elk geval niet het schuldgevoel van mislukken in bijzijn van een ander.

Er zijn verschillende soorten faalangst. We gaan hierbij uit van negatieve faalangst. De faalangst is dan dus belemmerend voor je kind. Er zijn drie soorten faalangst te onderscheiden:

Cognitieve faalangst >> Angst om te falen bij schoolse taken, bijvoorbeeld angst om een onvoldoende te halen bij proefwerken of toetsen.

Sociale faalangst >> Angst om te falen bij sociale taken, zoals angst om niet gekozen te worden bij gym of angst om uitgelachen te worden tijdens een spreekbeurt of presentatie.

Motorische faalangst >> Angst voor lichamelijke of competitieve taken, zoals opzien tegen de gymles of angst om mee te doen aan een sportwedstrijd of competitie.

Wat zijn kenmerken of signalen van faalangst?

Alle kinderen zijn anders en er zijn dan ook veel verschillende soorten signalen voor faalangst. Vaak komen lichamelijke signalen voor, zoals zweethanden, veel naar de wc moeten, hartkloppingen, hoofdpijn, buikpijn, misselijk zijn, diarree of overgeven.

Naast deze lichamelijke reacties zijn er ook gedragsmatige reacties. Sommige kinderen worden druk, gaan chaotisch te werk, gaan lachen, overdreven doen, de clown uithangen. Terwijl andere kinderen juist verlegen worden, blokkeren, niets durven te vragen, concentratieproblemen krijgen of een black-out. Een veel voorkomend signaal is ook de gevreesde situatie uit de weg willen gaan. Dus niet meer naar school willen of van een clubje af willen. Of subtiel proberen om onder een spreekbeurt uit te komen. Door moeilijke situaties uit de weg te gaan, wil een kind de gevoelens van angst vermijden.

Bij faalangst hebben kinderen veel negatieve gedachten over zichzelf. Negatieve uitspraken over zichzelf kunnen ook een signaal van faalangst zijn. Uitspraken zoals: “Het zal me toch niet lukken” of “Ik kan dat niet” of “Ik ben heel slecht in….” of “Doe jij dat maar… ik kan het niet”.

Wat heeft je kind nodig?

Probeer thuis een veilige omgeving te bieden en werk aan het vertrouwen tussen jou en je kind. Bedenk of jouw verwachtingen van je kind meespelen. Laat je verwachtingen aansluiten bij de leeftijd en mogelijkheden van je kind.

Let op je reacties op gedrag en prestaties van je kind. Focus op het proces in plaats van op het resultaat. Hiermee wordt bedoeld dat je de inspanning van je kind waardeert in plaats van het resultaat. Dus zeg in plaats van: “Wow, wat goed dat je een voldoende hebt” -> Wow, je hebt echt goed je best gedaan!”. Sommige complimenten kunnen namelijk juist faalangst oproepen. Geef vooral indirecte complimenten, hiermee stuur je het kind naar binnen om de vaardigheid of eigenschap bewust te worden met de vraag naar de oorsprong van het geconstateerde talent. Bijvoorbeeld: “Wist je dat je katten kan tekenen?”. Je zult merken dat bij het geven van een direct compliment het kind je aankijkt en bij de indirecte methode de blik naar binnen keert: daar waar het kind de eigen mogelijkheden bewust kan worden.

Bemoediging zonder verwachting, en richting gevend op proces van verandering:

* de verwachting wordt niet genoemd en je geeft een indirect compliment:
– ‘Wist je dat jij zo kan genieten van tekenen?’
– ‘Wist je dat jij een … kan tekenen?’

* de nieuwsgierigheid naar het proces van groei en de snelheid van het behalen van het einddoel wordt geactiveerd:
– ‘Wat wil je kunnen?’
– ‘Wanneer wil je dat kunnen?’

* nieuwsgierig zijn naar wat je gaat doen, hoe je het gaat doen en hoe snel je het gaat doen!
– ‘Wat is je plan?’
– ‘Welke eerste stap ga je nu zetten?’

Help het kind gevoelens verdragen en aanvaarden hoe de wereld in elkaar zit door te erkennen (je wilt dit en je hebt gewoon gelijk dat je dat wilt) troosten (wat een heftige gevoelens heb je dan, hè, en gelukkig gaan die weer weg, alleen zit je er nu wel mee).

Deze stappen herhaal je totdat het kind de situatie kan verdragen. Pas daarna zet je de laatste stap: de realiteit. De realiteit is dat een kind te jong, te kort, te oud, te snel, te dik, te dun, te slim of weet ik veel wat kan zijn, waardoor het niet aan de eigen eisen kan voldoen. Om profvoetballer te worden heb je talent, doorzettingsvermogen en ook geluk nodig.

Wat als niks helpt!

Als het aanpassen van de omgeving onvoldoende werkt en een kind erg veel last blijft houden van faalangst,
vraag dan een gratis persoonlijk gesprek aan.

Ik kan onderzoeken wat een kind nodig heeft om faalangst te kunnen omarmen als een signaal, zodat het de tips krijgt die het nodig heeft. Tips voor het verdragen van heftige gevoelens dienen per kind ontwikkeld te worden.